
Jade Tijhuis
Vorig jaar zat ik bij de doopdienst in de kerk en hoorde ik de getuigenissen en verhalen van de mensen die zich lieten dopen. Ze waren allemaal blij en vol liefde voor God, terwijl ik daar zat te huilen van boosheid en verdriet. Ik wist dat ik me ooit wou laten dopen, maar ik dacht dat er een goed moment moest komen, bijvoorbeeld nadat God me verlost zou hebben van mijn negatieve en depressieve gedachtes of wanneer ik een keer helemaal in het moment zou zitten en me halleluja zou voelen. Tja dat moment kwam niet. Hoe vaak ik ook tot God bad, ik had niet het gevoel dat het beter met me ging en of het hem überhaupt wat boeide. Ik begon aan mezelf te twijfelen en wist zeker dat ik dit verdiend had en ik het verpest had. Maar dat is precies wat de duivel wil. Dat ik de hoop opgeef en ik alleen in dat diepe dal blijf.
Ik wil me graag laten dopen omdat ik voor Jezus kies, Of ik nou zit te dansen tussen de bloemen of achter mijn gesloten deuren zit. Ik kies voor Hem!
“Ik zing het mee en ik belijd het mee, dwars door al mijn tranen heen. Ik moet de boot uit, ik moet de zee op, ik moet de storm in. En ik besef het: Jezus belooft me geen rustige reis, de stormen zullen blijven komen, maar Jezus belooft mij een behouden aankomst en dat is genoeg!”

